|
05 April 2010
Zomaar een dag ergens in de Franse Alpen. De zon schijnt volop, gure wind waait door het dal en wij zwoegen omhoog op onze zwaar beladen fietsen. Ontelbare wielrenners halen ons in, allen hebben respect voor ons, want ook zij hebben moeite met deze berg: Col du Galibier, 2645 meter hoog. Onder mij trekt het zwarte asfalt langzaam voorbij, soms beklad met teksten van een voorbije Tour de France, maar ik heb geen oog voor Zabel en Virenque. Ik zie alleen de kale bergen met hoog boven ons de eeuwige sneeuw. Ik trap langzaam, maar gestaag verder. Mijn adem kan ik nauwelijks onder controle houden en ik voel mijn benen langzaam verzuren; waarom ben ik bezig met deze marteling? Een paar honderd meter verderop staat Elmar rustig te wachten naast zijn fiets, een fototoestel in zijn handen, klaar om mij met een verbeten gezicht vast te leggen op de gevoelige plaat.




