Zomaar een dag ergens in de Franse Alpen. De zon schijnt volop, gure wind waait door het dal en wij zwoegen omhoog op onze zwaar beladen fietsen. Ontelbare wielrenners halen ons in, allen hebben respect voor ons, want ook zij hebben moeite met deze berg: Col du Galibier, 2645 meter hoog. Onder mij trekt het zwarte asfalt langzaam voorbij, soms beklad met teksten van een voorbije Tour de France, maar ik heb geen oog voor Zabel en Virenque. Ik zie alleen de kale bergen met hoog boven ons de eeuwige sneeuw. Ik trap langzaam, maar gestaag verder. Mijn adem kan ik nauwelijks onder controle houden en ik voel mijn benen langzaam verzuren; waarom ben ik bezig met deze marteling? Een paar honderd meter verderop staat Elmar rustig te wachten naast zijn fiets, een fototoestel in zijn handen, klaar om mij met een verbeten gezicht vast te leggen op de gevoelige plaat.

"Gaat het nog?"

"Nauwelijks..."

Ik zwabber de laatste meters en stap op een niet al te charmante wijze van mijn fiets; tijd voor een rustpauze! Het maken van een foto is altijd een goed excuus om even op adem te komen en gelukkig leent het landschap zich daar ook nog voor. Na nog even van het uitzicht genoten te hebben, vervolgen we onze weg verder omhoog. Bij elke omwenteling moet ik kracht zetten en probeer ik ondertussen te verzinnen waarom dit leuk is. Een beekje kabbelt langs de weg naar beneden, het water ruist. We snuiven de lucht van de frisse natuur op en zien ergens beneden ons een vaag beest aan het gras knagen. Daarom is dit leuk. Op de fiets zie je meer, ruik je meer en hoor je meer. Het einde van het dal nadert, rechts zien we de haarspeldbochten al, veel steiler dan wat we tot nu toe gehad hebben en het tempo zakt bij mij dan ook direct naar een zielige vier kilometer per uur! Elmar fietst bij mij vandaan en wacht elke paar honderd meter op mij tot ik met een rood aangelopen gezicht van de inspanning weer binnen foto-afstand ben. Met die snelheid van mij kun je niets anders doen dan slingeren en een snelle rekensom leert mij dan ook, dat ik eigenlijk veel meer meters maak dan wie dan ook op deze berg, een goede reden om er dan ook langer over te doen! Elmar wacht maar weer eens op mij...

"Ik wil ook wel eens een foto van jou maken, anders geloven ze thuis nooit dat jij hier ook geweest bent!" Terwijl ik nog na sta te hijgen van de laatste inspanning, stapt Elmar al weer op z'n fiets. "Oh, nou dan fiets ik toch wel even een stukje terug!" Verbaasd schiet het door mij heen; hij rijdt wel een stukje terug... waar haalt 'ie het vandaan?

"Krijg nou ballen!" Een nederlander op een racefiets haalt ons in en toont op zijn manier respect voor onze prestatie. Ik kan nog net een glimlach op mijn gezicht toveren, maar zelfs dat kost veel kracht. De laatste paar bochten voor de top zijn zeer steil en ik moet het uit mijn tenen halen, maar Elmar fietst naast mij en samen gaan we het halen. Diezelfde nederlander staat ons even later op te wachten op de top en begint te klappen. Een paar meter verderop staat een soort Mrs. Bucket bij een vette Volvo; "Goed gedaan hoor, Jan Pieter!" Hoe krijgt ze het uit haar strot als die hete aardappel zo in de weg zit... "Oh hemeltje, kijk nou, die twee zijn met bepakking omhoog gegaan!" Waarop manlief, eerst nog met een brede grijns op zijn gezicht, mompelend wegloopt en snel zijn racefiets in de Volvo propt. Wij trekken een winddichte fleece aan en maken ons klaar voor een 70 kilometer lange afdaling; wat is fietsen toch heerlijk!

Voor ons ligt de Mont Ventoux. In 1967 stierf de britse wielrenner Tom Simpson van uitputting en hartfalen tijdens een etappe op deze berg. Het was 13 juli en hij was in de race voor de gele trui en opgeven stond niet in zijn woordenboek, ook niet toen hij al meerdere malen van zijn fiets was gevallen. Zijn laatste woorden waren: "Put me back on my bike!" Later zijn er amphetaminen in zijn bloed gevonden, ook toen was er al sprake van doping tijdens de tour. De enige doping die wij vandaag gebruikt hebben, is een weggesmolten Lion of een Snickers! Vanochtend hebben we al twee cols van respectievelijk 1068 en 1213 meter bedwongen en nu zijn we weer afgedaald naar 600 meter, een klim van 24 kilometer naar de top ligt voor ons. Honderden mensen staan opeengepakt langs de kant van de weg, ik hoor ze juichen: "Elmar, Ellen, Elmar, Ellen..." "Geef me toch wat ruimte!", schiet het door me heen. Zodra wij langs komen, deinst de menigte echter achteruit en geeft ons net genoeg ruimte om door te fietsen. Spandoeken met onze namen erop worden omhoog gehouden en een enkeling rent bezeten achter ons aan. Bidons worden aangereikt, maar ik sla ze af, ik heb geen handen vrij om te drinken, alles heb ik nodig om mijn volbepakte fiets omhoog te loodsen. Ineens zie ik Elmar op zijn gemakkie langs de kant staan, wat doet 'ie nou? Wat moeten onze fans wel niet denken? We moeten door! We kunnen toch zomaar niet afstappen? Hij gaat een foto maken! Hoort hij de menigte onze namen niet scanderen, wordt onze weg misschien geblokkeerd door al die mensen? Verbaasd stap ik af en werp een blik naar achteren, maar ik zie niemand... ik had toch kunnen zweren dat we aangemoedigd werden. "Gaat het nog een beetje?" "He¨? Oh, ja hoor..." mompel ik, terwijl ik me nog af zit te vragen, hoe die mensen zo snel hebben kunnen verdwijnen. Nahja, bergaf ben je natuurlijk ook zo uit het zicht.

Langzaam rijden we de mist in, ons zicht is niet meer dan tien meter en de temperatuur is gedaald tot 13 graden Celsius; koud dus! Onze jassen gaan aan en wij zwoegen weer verder omhoog. Uit de mist doemt een cabriolet op; Ken en Barbie gaan een kijkje nemen op de top van de Mont Ventoux. Ken zit ongenegeerd in zijn neus te boren, kijkt er nog even naar en laat het zich daarna heerlijk smaken. Barbie daarentegen zit verveeld om zich heen te kijken. Haar permanent is vergelijkbaar met de top van deze berg en steekt mooi getoupeerd een eind de lucht in. Zij heeft blijkbaar geen last van de kou hierboven, want haar truitje staat tot aan haar navel open! En net zo snel als ze gekomen zijn, verdwijnen de make-up doos en aanhang weer in het niets, terwijl wij een kijkje  nemen bij het monument ter nagedachtenis aan Tommy Simpson. "There is no mountain too high!" lezen we. Ik kijk nog even voor me uit en denk, inderdaad, ook dit varkentje gaan wij nog wel even wassen!

 

Add comment


Security code
Refresh

Nieuwsbrief!

Name:

Email:

In the Picture

Countdown

Weer terug in het land! Foto's en verhalen volgen. Volg ons via twitter: http://www.twitter.com/ellenvandrunen