"Stop the plane!"

Beelden van die film "Final Destination" schieten door mijn hoofd. Het vliegtuig rijdt al langzaam achteruit.

"Stop the plane!!" De riemen gaan bij ons los, ik sta op en ren door het vliegtuig.

"Stop the damn plane!"

"Miss, please sit down!"

"No!! We are not leaving without our bicycles!!"

Het vliegtuig stopt, personeel rent heen en weer...

..en wij worden nu wel dringend verzocht om toch te gaan zitten, anders kan het vliegtuig niet vertrekken.

"Please sit down!"

"No!" roepen we in koor.

Buiten zien we dat onze fietsen nog in de bagagekar staan en het vliegtuig wil dus al vertrekken.

"Oke, nu zitten, anders krijg je een claim aan je broek! De captain zegt dat de fietsen aan boord zijn, niet zeuren, zitten en koppen dicht!"

Welja, het kwam er iets genuanceerder uit, maar daar kwam het allemaal wel op neer. We voelen wel aan dat als we nu niet gaan zitten, we straks naast onze fietsen staan, dus kiezen we eieren voor ons geld. Zuchtend gaan we zitten... mooi, wij straks in Chili, de fietsen in Zurich. Enkele uren later komt het hoofd van het cabinepersoneel zijn verontschuldigingen aanbieden, want, we hadden inderdaad gelijk... de fietsen staan nog in Zurich.

Het is bloedheet, tegen de 40 graden, een slechte "ripio" weg (onverhard argentijns gruis) voert ons over ontelbare haarspeldbochten over de cuesta de chucabaca. Voor onze eerste fietsdag erg vermoeiend! De afdaling gaat beter, hoewel je wel pijn in je kont krijgt van het gestuiter over wasbord. In Los Andes vinden we een klein hotelletje, slaan we water en eten in voor de beklimming naar Argentinië en eten we 's avonds een lekkere steak! De volgende dag begint de klim, eerst vals plat, daarna nog valser en dan is het in de hitte erg zwaar. 29 haarspeldbochten brengen ons naar Portillo en Laguna del Inca op 2800 meter. Vrachtwagens toeteren bemoedigend en duimen gaan omhoog!

In Portillo staat een erg luxe hotel, te duur voor ons, maar we mogen gratis de tent bij het meer opzetten. Na Portillo klimmen we verder, we merken al wel wat van de hoogte, maar in de vroegte gaat het nog best goed. Op 3150 meter stopt een auto voor onze neus, een wegwerker. We mogen niet door de tunnel, hij wil ons wel brengen.. we denken even na en vinden het wel best (echt slecht!). Even later begrijpen we waarom we de tunnel niet door mogen fietsen: zicht is nul komma nul door de smog!

De Argentijnse zijde is erg mooi, iets groener en de prachtige blauwe lucht maakt het beeld kompleet. Heerlijk suizen we naar beneden. We klimmen nog even een stukje over ripio naar de voet van de Aconcagua, met 6960 meter de hoogste berg van Zuid-Amerika. Een meisje wacht ons op bij het registratiecentrum. "How many hours from Santiago to here?" We kijken elkaar verbaasd aan: "hours?!? You mean days!" Via Uspallata fietsen we naar Barreal en Calingasta, vals plat naar ruim 2400 meter en de hitte... pfff... niks om te schuilen.. op z'n hoogtepunt is het tegen de 50 graden celsius in de zon. Die o zo beroemde Argentijnse wind laat niets van zich horen, zweet stroomt in straaltjes van ons af. We verlaten het troosteloze Calingasta met 17 liter water op onze fietsen. We willen via Tocota naar Rodeo fietsen, ons startpunt voor de Agua Negra.

Na twintig kilometer slingeren door een mooi, maar droog gebied, eindigt het asfalt en verandert de weg in een rivierbedding van stenen en gruis. De wielen zakken vaak diep weg en fietsen is niet te doen. Na Villa Nueva gaat het ook nog eens flink steigen. In de verzengende hitte slinkt onze watervoorraad. Geplakt tegen een bergwandje in het kleine beetje schaduw nemen we een lange pauze, we wachten tot de zon minder sterk is en de temperatuur wat aangenamer is. Inmiddels weten we ook dat de wind 's middags een beetje komt opzetten. Liever wind tegen en een beetje verkoeling dan helemaal geen wind. Die hele dag passeert ons maar liefst een auto. Het raampje gaat open en vanachter een grote, donkere zonnebril komen de legendarische spaanse woorden: hoelang nog voordat er weer asfalt is? Ik ben stomverbaasd. "Wat had die man?" Terwijl mijn tong nog tegen mijn gehemelte aan geplakt zit van de droogte en de dorst, vertel ik Elmar over deze enorm belangrijke ontmoeting! Die nacht kamperen we wederom onder de sterren, er is hier werkelijk niets, geen mensen, geen geluiden, geen water, een paar dorre planten, wat mieren en twee vermoeide fietsers.

Na nog eens 25 kilometer vals plat klimmen komen we aan in Tocota op 2700 meter, een gehucht is nog een groot woord: 1 boer, 2 koeien en een heel klein bruim stroompje! Jippie, water!! We zuiveren wat van het bruine goedje en maken ons klaar voor de afdaling, heerlijk lijkt ons dat! Niet dus! Een of andere slimme Argentijn heeft de toch al slechte rivierbedding-achtige weg omgeploegd en moeten we veel kracht zetten om met 5 kilometer per uur door het rulle zand te ploegen. Soms vallen we gewoon stil: ploep! en liggen we in het bloedhete zand. Hier is niets om te schuilen, we moeten wel verder! Het water wat we drinken is gewoon heet, smaakt niet, lest onze dorst ook niet... dit is gewoon overleven. Uit het niets komt de tweede auto die we de afgelopen twee dagen hebben gezien... we vinden het wel welletjes, onze voorraad water raakt langzaam op, we vragen om een lift. De goede man brengt ons naar Rodeo, ons basiskamp voor de klim naar de Agua Negra. Na een week ruim 500 kilometer op de teller is het tijd voor een rustdag, zo kunnen we ons goed voorbereiden om straks over de 4779 meter hoge Paso Agua Negra terug Chili in te fietsen.

Add comment


Security code
Refresh

Nieuwsbrief!

Name:

Email:

In the Picture

Countdown

Weer terug in het land! Foto's en verhalen volgen. Volg ons via twitter: http://www.twitter.com/ellenvandrunen