|
24 April 2010
Stof in mijn oren.
Stof in mijn neus.
Stof in mijn ogen.
We drinken water uit een bidon met een stoffige dop.
Stof op de ketting.
Stof op onze tassen.
Stof in onze kleding.
Een auto raast voorbij. Ons in een dikke wolk stof achterlatend.
Gelukkig razen er per dag maar enkele auto's voorbij en hebben we de compleet stoffige weg helemaal voor onszelf.
Weg? Eerder een uit de kluiten gegroeid karrespoor.
Het zand en de hopen losse kiezelstenen zuigen aan onze banden, de teller komt niet boven de zes kilometer per uur.
Ik nies.
Als ik praat heb ik een rare stem. Stoffig.
Ik veeg het stof van mijn zonnebril. Zinloos. Twee tellen later zie ik de wereld weer door een stoffige bril.
Onder mijn stoffige tropenhoed hoopt het zweet zich bij de band op. Als de wind wegvalt, lopen stroompjes water over mijn stoffige wangen. Het is ruim 35 graden Celsius en stoffig.
In een slakkentempo kruipen we de pas op. 3469 meter hoog, zeker 10 %, mimimaal. Ik haal nog eens diep adem. Stof in mijn longen.
Weer een auto. Een toerist flits in mijn ogen. Twee duimen omhoog. Wat gaat zo'n man doen met die foto? Wat gaat ie thuis vertellen? Ik pers er een "hallo" uit, lach mijn vast stoffige tanden bloot en zwoeg verder.
Ik zie de top.
Ah, wind. Die was ik nog vergeten.
De hitte doet me vaak wensen om een beetje tegenwind. Een heerlijk koel briesje vanuit de bergen, die het zweet van mijn gezicht waait en me het gevoel geeft dat het helemaal niet zo warm is. Aan mijn wens is gehoor gegeven, alleen wel wat overdreven... Een keiharde, stormachtige wind blaast in onze gezichten. Als we stoppen om een foto te maken, moet je je fiets vast blijven houden. Als je piest, moet je de goeie kant op piesen, anders komt het net zo hard terug... Gelukkig piesen we niet zo vaak... liters water gaan er elke dag weer doorheen, maar waar het blijft...?
Hehe, de pas! De afdaling kan beginnen! Met wel (als we geluk hebben) 12 kilometer per uur, 'schuiven' we door het grind en het zand naar beneden. Kramp in mijn handen van het knijpen in de remmen. Spieren in mijn benen die krampachtig samentrekken om de fiets door het losse spul te manouvreren. Pijn in m'n kont als een onverwachte steen me lanceert.
Fietsen in Kyrgistan is fantastisch! "Klabam!" Daar lig ik. Stof te happen. Even afkloppen (lekker zinloos) en voorzichtig weer verder afdalen. Met zo'n snelheid hou je er niet eens een schaafwond aan over. Gisteravond vroegen we in onze beste Russisch of we op het erf van een boertje bij de rivier mochten kamperen. "Mevrouw, mag ik onze mini-yurt in uw tuin parkeren?" Geen probleem. Je bent welkom. Kies de beste plek. Maar weet je het zeker? Je mag ook gewoon binnen slapen hoor.
Het verbaasd ons nog steeds, hoe gastvrij de mensen wel niet zijn. Ze hebben niets, maar geven alles. Ik schrijf wat over onze belevenissen van vandaag. Oma en kleinkind brengen een bezoekje. Een pannetje in haar hand. "Kom, kom" wuift ze. Ze opent het deksel en in het vet drijft geitenvlees. "Zit, zit!" We gaan zitten in het gras. Ze lacht. Een gouden tand staat nog fier overeind in haar mond. "Neem, neem!" El en ik nemen allebei een stuk geit uit het pannetje en kluiven het vlees van de botjes. "Hmmm, heerlijk!" proberen we haar in gebarentaal te zeggen. "Uh, wat doen we met de botjes?" Ze pakt het botje uit mijn hand en gooit het een meter verder in het gras. Ah, duidelijk taal. Dat verstaan we wel. Wat een gastvrijheid. Zo wordt ons wel vaker wat aangeboden. Krijgen we brood en ook melk, vers uit de koe (nog wel even gekookt).
Vannacht slapen we in een yurt bij het Song Kol meer. Het is 1,2 graden celsius als we wakker worden. De storm is niet meer, de zon nog wel.
We dalen via 30 haarspeldbochten af richting Ak Talaa. Bij bocht 15 besef ik dat mijn handschoenen nog boven liggen. "Verdomme!" Elmar fietst vier kilometer terug omhoog en brengt mij mijn zeer geliefde handschoenen terug. Verder afdalen. Op zoek naar een wildkampeerplek. "Hee, waar is mijn bidon?" "Verdomme!" Deze keer mag ik zelf terug. 1,5 kilometer terug en ja hoor, gevonden. Van de weg af bij een riviertje vinden we een geschikte plek. "Hee, waar is mijn helm???" "Verdomme!" Vijf meter terug, dat valt mee. "Uh, El?" "Wat ben je nu weer kwijt?!?" "De schroef van mijn voordrager.." "Kwijt? Afgebroken zul je bedoelen." Met pielwerk met mes en ander gereedschap, weten we de schroef toch nog te verwijderen en zet Elmar er een nieuwe in.
Na al deze belevenissen, zijn we via Kazarman en Jalal Abad aangekomen in Osh, waar we wel weer toe zijn aan een douche. Hotel Taj Mahal, midden in het drukke centrum, bood op papier een warme douche... het koude flutstraaltje stemt ons niet echt vrolijk na de ontberingen van afgelopen dagen. Een luidruchtige en benauwde (30 graden) nacht verder en een verkeerd gevallen shashlick, besluiten we te verkassen naar het luxe Tes Guesthouse. Een rib uit ons lijf, maar ach... we hebben dagen niets uit gegeven en dat zullen we straks op de Pamir Highway ook niet echt doen...
Voor de liefhebbers: 0 lekke banden
| Next > |
|---|





Comments
viagra
buy vicodin without a prescription
buy amoxicillin online
RSS feed for comments to this post.