|
05 April 2010
"Goh, laten we eens een wit weggetje op de kaart proberen!" "Ja, leuk!" Elmar stemt in en we slaan linksaf een bospad in. Langs de kant staat nog een informatiebord met informatie over het natuurgebied waar we doorheen willen fietsen, Jungerveien Natuurreservaat. Spannend! De derde dag pas in Noorwegen en we willen het eens grondig aanpakken.
"Zeg, volgens mij hadden we daar naar links gemoeten..." "Ach, dit zal ook wel ergens op uit komen, ziet er toch nog begaanbaar uit?" Hmmmm, op de een of andere manier is teruggaan nooit een optie als je ergens fietst. Geen idee wat dat is, maar dat doe je bijna niet. Je fietst liever kilometers om, dan een paar honderd meter teruggaan! Tenminste, daar hebben wij last van! Niet veel verder staan we op een splitsing, rechts gaat naar een parkeerplaats zo lijkt het en links, tja, waar gaat links eigenlijk naar toe? Dat zullen wij dan wel even gaan uitvinden. De eerste paar honderd meter hobbelen we nog over het steeds slechter wordende pad, maar dan moeten we toch echt afstappen. Grote keien en losse takken maken het fietsen verder onmogelijk, om maar te zwijgen over hoe steil het smalle weggetje ineens omhoog kronkelt. Zelfs duwen is bijna niet meer te doen, maar teruggaan? Nee, daar denken wij niet aan!
Zwoegend met de fietsen in de hand kruipen we een bergje op, terwijl de regen inmiddels met bakken uit de hemel valt. Elke keer als we denken een auto te horen, blijkt het een waterval te zijn, dus besluiten we op ons kompas naar het westen te gaan, want daar zou een weg moeten zijn. Helaas denkt de blauwe route waar we ons op bevinden daar anders over en buigen we af naar het zuiden. In de stromende regen moeten we een gammele brug van balken over een snelstromende rivier oversteken en lopen we vervolgens tot onze kuiten door de modder te waden. Onze fietsen blijven regelmatig vastzitten in het drassige gebied en zo komt het dat we soms allebei aan een fiets staan te sjorren om zo langzaam vooruit te komen. Maar teruggaan? Nee, geen haar op ons hoofd die daar aan denkt natuurlijk!
Een splitsing. Links een nieuwe rode route, rechts de vertrouwde blauwe route. We laten de fietsen even staan en nemen een kijkje naar links. Niks. Kompas wordt er weer bij gepakt, maar die helpt ons ook niet veel, want helaas is rechtdoor geen optie, dus die stoppen we ook snel maar weer terug. "Gaan we voor de blauwe?" Ik kijk Elmar schouderophalend aan. "Ik heb geen idee, maar laten we maar op die route blijven." We trekken de fietsen weer uit de modder en slaan rechtsaf, om een paar honderd meter verder voor een open vlakte met gras en heel veel water tot stilstand te komen. Denken jullie dat we nu zo wijs zijn om terug te gaan? Wat teruggaan? Natuurlijk niet! Dus Elmar gaat vooruit, ik kan niet meer, alles doet pijn en dat zijn niet de spieren waar je spierpijn van verwacht als je op fietsvakantie gaat! Uitgeput en rillend van de kou en regen blijf ik na tien meter steken op een paar pollen mos. Elmar duwt en trekt intussen zijn fiets naar de overkant en komt mij even later helpen om vervolgens voor een veel te steile heuvel weer tot stilstand te komen. Eerst de ene fiets omhoog, dan de andere. De een houdt het stuur vast, de ander duwt aan de achterkant en de blauwe route zijn we inmiddels ook weer kwijt! Konden we er eerst nog om lachen, nu staan we er als wanhopige verzopen katten bij.

Zwijgend gaan we langzaam verder vooruit over wat wij wel enigszins op een pad vinden lijken, maar ook dit gaat weer over in een drassige vlakte. Opeens ziet Elmar rechts van ons iets wat lijkt op een weg, welke lang niet meer gebruikt is, maar toch trekken we de fietsen het pad op. Het hoge gras in het midden wordt even later wat minder en dan staan we ineens voor een normale onverharde weg... We hebben het gehaald! Opgelucht kan er weer iets van een glimlach op ons gezicht verschijnen. Zie je wel, het is maar goed dat we niet zijn teruggegaan!
| < Prev |
|---|




