|
05 April 2010
We rijden Tuddal uit en meteen begint een pittige klim, want in tien kilometer moeten we bijna 800 meter omhoog peddelen, waarvan de eerste 200 meter over een afstand van twee kilometer! Nog vers op vakantie zijn de spieren (in ieder geval mijn spieren!) nog niet gewend aan het stevige werk, dus een nieuwe fietstechniek is geboren. Ik bedenk dat als ik zigzaggend de berg op ga, ik wellicht meer meters zal maken, maar dat die meters dan minder steil zijn. En zo geschiedde. "Wat ben jij nou aan het doen?" "Fietsen, hoezo?", kan ik nog net hijgend uitbrengen. "Wil je die berg twee keer beklimmen ofzo?" Elmar kijkt lachend toe hoe ik half van mijn fiets vallend tot stilstand kom. "Best wel zwaar...".
Vandaag schijnt voor het eerst de zon. We zitten inmiddels boven de boomgrens en de wereld verandert in een wit sprookje, waardoor een smalle, zeer stille asfaltweg kronkelt. Als je zegt dat we op 4000 meter zitten, geloven we het ook. Het is verlaten, kaal en wit. De meren zijn nog bevroren en we fietsen langs een hoge muur van sneeuw. Het enige geluid wat we horen is de wind. De ijzige wind die natuurlijk uit het noorden komt!

Op 1260 meter bereiken we de top. De windstoppers gaan aan, de jassen tot aan de kin dicht en de mutsen moeten onze hoofden lekker warm houden. Hierna storten we ons in de diepte richting een klein plaatsje in het dal, met de toepasselijke naam Dalen om daarna weer vlot aan een lange, maar lichte klim te beginnen. De lucht betrekt langzaam en het begint weer eens te regenen. Iets waar we de laatste dagen wel meer last van gehad hebben! De omgeving is echter indrukwekkend en de besneeuwde toppen maken een hoop goed. Koud is het ook, de temperatuur ligt rond de 4 graden Celsius en 's ochtends staat het ijs op onze tent. Vandaag gaan we weer op zoek naar een witte, eenzame wereld!
| < Prev | Next > |
|---|




