Met zachte druk duw ik de versleten, houten deur open. Voor een kort moment verstommen de gesprekken en staren een twintigtal mannen en vrouwen mij aan. Ik knik vriendelijk en laat de deur achter me dicht vallen. In het kleine, maar overvolle restaurantje is nog net plaats voor twee personen.

 

Ik loop naar een tafeltje in de hoek en schuif aan. Even later gaat de deur weer open en stapt Elmar naar binnen. Ook nu weer valt het even stil, maar lang duurt het niet, snel zetten de gesprekken zich weer voort.

"Zo, tapas-tijd!" Elmar trekt een stoel bij en kruipt naast me.

Ik ben boos en schuif een stuk opzij.

"Gezellig hier he?"

Hoe irritant kan iemand zijn?

Ik heb geen zin om leuk te doen. Ik heb trek. Zwijgend kijk ik om me heen. Door een raampje zie ik de leuke, smalle straatjes van Grazalema. Binnen aan een van de wanden hangt een grootbeeld televisie. Het geluid van de commentator van de voetbalwedstrijd wordt overstemd door de bezoekers van het restaurant. Een verliefd stelletje kijkt elkaar romantisch in de ogen. Een groot gezelschap aan een lange tafel laat schalen vol tapas aanrukken. Wijn vloeit er rijkelijk bij. Aan de bar zit een oude man met een pokdalig gezicht zijn brood in de olijfolie te dopen. Naast hem staan drie werklui in hun espresso te roeren. Het halflege zakje met suiker wordt zonder pardon van de bar geveegd en verdwijnt tussen de vuile, papieren servetten op de grond. Rook van hun sigaretten kringelt omhoog. Twee serveersters rennen rond met borden en dienbladen vol drank. De kleinste en molligste van het stel mompelt in het voorbijgaan dat ze zo bij ons langs komt. Intussen werpen we alvast een blik op de menukaart en bij het zien van al die gerechten, stroomt het water al in mijn mond. Een moment later staat de mollige serveerster voor ons. Of we intussen wisten, wat we wilden eten. We bestellen beiden een bord vlees met patat en sla, bijgestaan door een cola en een sinas. We vertrouwen er niet op dat alleen tapas ons genoeg energie geven voor de beklimming die nog voor ons ligt.

Twee dagen geleden zijn we vanaf Rotterdam Airport in drie uurtjes naar Malaga gevlogen en na wat inkopen in de stad zelf zijn we direct de bergen in gefietst. In vijftien kilometer klommen we naar Puerto Leon op ruim 900 meter in Parque Natural Montes de Malaga.

De zon scheen die eerste dag, maar een koele bries komend van zee ruiste door de fel groene parasol dennenbomen. Zodra je buiten Malaga kwam, overheerste de rust. Alleen het blaffen van een hond verstoorde de stilte. Een enkel vervallen huis stond tegen de helling aangedrukt. Olijfbomen sierden de glooiende heuvels. In de bergen koelde het snel af. Na de pas moesten zelfs de handschoenen aan! In een razend tempo doken we naar beneden om na een kilometer een klein onverhard weggetje in te slaan naar een wildkampeerplek in het natuurgebied. De zon zakte al achter de bergen. De dagen zijn in deze periode kort. Snel zochten we een geschikte plek, zetten de tent op en gingen hout sprokkelen voor een vuur. Elmar stak het vuur aan en na enige tijd brandde een mooi kampvuurtje om ons warm te houden. Het was al donker geworden en ik trok mijn laatste trui aan. Mijn ademhaling ontsnapte als een wit wolkje in de nacht, een ijslaagje vormde zich op de tent. Het vuur knapperde. Een specht verstoorde de stilte met een ritmisch getik. We lepelden snel onze pastamaaltijd naar binnen en zochten onze slaapzakken op. Na nog even de route van morgen doorgenomen te hebben, vielen we al snel in slaap. Het vroege opstaan, de vlucht en de klim van vandaag eisten hun tol.

Dikke wolken hingen als slappe dekens over de bergen bij Ronda. Ergens vlak voor mij moest Elmar fietsen. Ik zag hem niet meer. Het zicht was nog geen tien meter door de dikke mist en daarbij kwam de regen met bakken uit de hemel. Ik trapte rustig door en zag een schim opduiken. Elmar was gestopt en stond ongeduldig op me te wachten.

"Waar blijf je nou?"

"Ja, uhh, het gaat hier met tien procent omhoog! Ik kan niet harder!"

"Dan moet je vaker trainen..."

Ik wierp een boze blik zijn kant op.

"Vind maar eens een vrouw, die dit leuk vindt! Je mag blij zijn dat ik meega!"

Geïrriteerd stapte Elmar weer op zijn fiets en spurtte de mist in. Weg was 'ie. Zuchtend ging ik zijn schim achterna.

"El, wacht nou eens op mij!"

Elmar was weer uit mijn zicht verdwenen en ik kon niet zien of hij me gehoord had of niet.

"El!!!!"

Ik was nu boos. Waren we nou samen op vakantie of niet!

Een nors "jahah" kwam terug uit de mist.

"Wat is er nou weer?"

Elmar was niet blij.

"Ik wil een foto maken!"

We fietsten op dat moment door de Sierra de las Nieves in de buurt van Ronda. Het park heeft een totale oppervlakte van ruim 18.000 hectare, is bergachtig en kent een rijke flora en fauna. Het hart van het park wordt gevormd door de Mount Torrecilla (1909 m). Sinds 1970 is het een nationaal jachtreservaat en sinds 1995 een biosfeerreservaat van UNESCO. In het gebied valt veel regen, wat voor een levendige vegetatie zorgt. En twee zeiknatte fietsers.

Vandaag was geen uitzondering. Hoe hoger we kwamen, hoe dichter de mist. Ik maakte een foto van een wazige fietser die opduikt uit het niets. Het was hier vast heel mooi..

"Ben je weer zover? Dan gaan we maar weer hè?"

Wat een mopperkont! In een gestaag tempo vervolgden we onze weg naar de top. De weg vlakte af en we daalden zelfs een stuk. Een schijnbeweging. Na weer een paar kilometer klimmen, bereikten we de pas en suisden we het dal in, richting Ronda.

Voorbij Ronda lieten we de doorgaande weg achter ons. We klommen door een stil bos naar Grazalema. Een wit, pittoresk dorp tegen een bergwand aangeplakt. Smalle straatjes en oranje daken. Kinderkopjes en een klein pleintje naast de kerk. Een oud mannetje zat op een bankje. Hij groette ons. Wij groetten terug en gingen op zoek naar een eettentje. Bij de plaatselijke supermarkt werden we doorverwezen naar een achteraf straatje, naar een lokaal restaurantje. Je zou er heerlijk kunnen eten, maar vooral heel goedkoop! Na een paar honderd meter stuitten we op de plaatselijke tapas-bar. Ik zette mijn fiets tegen een muurtje, haalde mijn stuurtas eraf en liep stampvoetend richting een oude, houten deur. Elmar achterlatend met het fietsslot in zijn handen.

"Dos bebibas!"

Dankbaar schenken we onze drankjes in en knabbelen wat aan het brood wat de serveerster alvast op tafel heeft gezet. Elmar probeert de stilte tussen ons te breken.

"Best mooi hè, Andalucië?"

"hmmm"

"Brom niet zo, El. Je moet gewoon in mijn wiel blijven, dan is er niets aan de hand!"

Een dampend bord met een flink portie vlees en patat wordt voor ons neus neergezet. Hongerig geworden door de zware ochtendrit en de laatste klim het dorp in, zetten we snel het mes erin. Zoals hier gewoon is, gieten we olijfolie over onze sla en dopen daar nog even de stukken brood in. Goed voor de darmen!

"Hmm.." Ik slik een slap patatje door. "Je had best wel kunnen wachten op me daar in de mist.."

"Ja, ja, maar je moet echt meer gaan trainen en eigenlijk geen vette dingen meer eten."

"Kom je nou mee-eten?"

Ik prik nog wat frietjes aan mijn vork en schuif ze zonder aarzeling naar binnen.

We laten Grazalema achter ons en klimmen naar de laatste pas. Er hangt een dreigende lucht boven de bergen, maar het blijft gelukkig droog. Het duurt niet lang voor we de pas bereiken en we zonder moeite een kilometerslange afdaling aangaan. We laten de bergen achter ons en fietsen de bakoven van Spanje in. Tenminste, in de zomermaanden is het een bakoven. Wij moeten genoegen nemen met een graad of negen.

Add comment


Security code
Refresh

Nieuwsbrief!

Name:

Email:

In the Picture

Countdown

Weer terug in het land! Foto's en verhalen volgen. Volg ons via twitter: http://www.twitter.com/ellenvandrunen