|
01 May 2010
Het is koud, donker en vochtig. Ik lig te rillen. Ik schrik wakker van de geluiden om mij heen. Ik kruip nog wat dichter tegen Elmar aan. Geen telefoon, geen paspoort, alleen water en brood.
Een harde klap. Holle voetstappen in de gang. Piepend en krakend gaat er een luikje open. Een klein straaltje licht valt naar binnen. Snel gaan we rechtop zitten, onze ogen knipperend tegen het licht...
Er wordt iets ondefinieerbaars naar binnen geschoven.
"Food!" roept hij door het luikje.
Met een doffe klap wordt het licht weer weggenomen.
Zachtjes begin ik te huilen. Dit is niet de bedoeling geweest. Alles wat we wilden was een dagje Afghanistan. En nu? Nu liggen we hier in een donkere cel zonder dat we weten wat er gaat gebeuren of hoe lang het nog gaat duren.
Elmar slaat zijn armen om mij heen, hij heeft er nog vertrouwen in dat het goed gaat komen. Ik snik en veeg de tranen weg.
Gisteren leek het nog zo'n leuk plan. We zouden een visum voor Afghanistan halen, een dagje een klein Afghaans dorp bezoeken, hopelijk een mooie fotoreportage hierover maken en dan weer terug naar Tajikistaan.
"No Problem!" had de Indier gezegd toen we hem enkele dagen geleden in Bulunkul ontmoetten.
Hele aardige mensen, doen niet moeilijk, "No Taliban".
Jaja, en nu? We zijn er niet eens gekomen!
Niet de Afghanen die ons hier houden, nee, we zitten ergens in een Tajieks hol.
Het visum voor Afghanistan was inderdaad een peuleschil. Binnen een uur hadden we een prachtige sticker erbij in ons paspoort en waren we 60 dollar armer. Klaar. Een vrouw zonder hoofddoekje had ons geholpen, ze sprak perfect engels en was heel vriendelijk.
Vanuit Khorog regelden we een taxi naar Ishkashim, die zou op ons wachten bij de grens en wij zouden een paar uur in Afghanistan blijven en proberen contact te leggen met de mensen daar. Een beetje rondlopen en wat foto's maken. Gewoon uit nieuwsgierigheid en omdat het kan.
Twee militairen met Kalashnikovs stonden bij de poort. De ijzeren hekken gingen voor ons open en wij liepen over de brug naar de Tajiekse grenspost. Achter ons werden de hekken meteen weer op slot gedaan. Een raar gevoel gaf het ons om hier zo te lopen. Twee andere militairen zaten in de post te wachten, onze paspoorten werden bekeken.
Daar stonden we dan. Nog steeds lachend en ik met een hoofddoek om.
"Problem, problem."
We bleven lachen.
"Problem, problem."
De beste man schudde zijn hoofd.
"You need OVIR Registration!"
Lachend probeerden we duidelijk te maken, dat dat allang niet meer nodig is. Dat is afgeschaft.
"No, no. Problem, problem."
We dachten nog: zucht, ze willen weer geld van ons. Maar nee, geld kwam niet ter sprake.
Onze paspoorten verdwenen in zijn zak, hij ging bellen.
Elmar moest aan de lijn komen, naar Afghanistan gaan zagen we al niet meer zitten. We stonden al drie kwartier met een verbeten gezicht te lachen, maar de lol was er nu wel vanaf. Geen paspoort en een hoop geschreeuw. Overal militairen, iedereen kreeg ons paspoort te zien, behalve wij. Alles wat wij wilden, was ons paspoort terug en terug naar Khorog.
Een belangrijke leger-man sprak Elmar in het engels aan over de telefoon.
"If you go back to Khorog, there is a checkpost. You will be arrested!"
Slik. We kregen het nu toch wel benauwd.
Ineens duwde de militair onze paspoorten in mijn handen.
"Go to Afghanistan!"
Ik keek Elmar aan en allebei dachten we hetzelfde: ze laten ons dan nooit meer terug in Tajikistan. Dan hebben we een groter probleem.
"No, no. We go back to Khorog!"
"Then you will be arrested!"
Nou, dat risico namen we dan maar. Een klein sprankje hoop zei ons dat ze bluften.
Met een ruk pakte hij de paspoorten weer uit mijn handen. Shit, dacht ik. Geef die dingen terug. Wij willen terug.
Angstvallig liepen wij daar waar onze paspoorten heen gingen.
Ze werden weer in onze handen geduwd. Snel, dachten we, wegwezen hier.
We liepen weer over de eenzame brug terug naar de poort. Omkijken deden we niet. We wilden alleen maar weg. Verbijsterd keek onze taxi-chauffeur ons aan. "No Afghanistan."
"Why?"
"Tajik border won't let us through."
Dat we straks gearresteerd zouden gaan worden, lieten we maar weg.
Op de terugweg naar Khorog dringen we onze chauffeur erop aan zoveel mogelijk andere passagiers mee te nemen, hoewel het een prive-rit is. Zo hoopten we minder op te vallen...
Maar het mocht niet baten...

In de verte hoor ik iemand mijn naam roepen. Er wordt aan mijn schouder geschud.
"El, El, wakker worden!"
Ik schrik op. Elmar kijkt me opgelucht aan.
"Wat, zijn we er?"
"We zijn er doorheen. De checkpost ligt achter ons. Ze hebben niet eens wat genoteerd!"
Elmar stopt het telefoonnummer van de ambassade weer weg en samen wrijven we het zweet uit onze handen.
Geen Tajiekse cel, alleen dreigementen...
Wat een nachtmerrie.
| Next > |
|---|




