Oostenrijk – Zell am See

Op zoek naar bergen, meren en sneeuwtoppen komen we uit in Oostenrijk; Zell am See om specifiek te zijn. Een mooie uitvalbasis om de Grossglockner eens te zien.
Het wordt bijna een herhaling van hetzelfde refrein, maar de hernia heeft meer kapot gemaakt dan me lief is. Zonder teveel in detail te treden; een fietsvakantie is nog steeds te hoog gegrepen. Dus kiezen we een goede plek in Oostenrijk uit, waar we in het dal kunnen fietsen en in de bergen kunnen wandelen. We pakken de grote tent in, een goede slaapmat, de campingstoelen en vertrekken in de zinderende hitte naar Oostenrijk. Als we in de buurt van Koblenz zijn, is het om 9 uur in de avond nog steeds 38 graden! Dat wordt een hotel met airco…

Na een goed ontbijt met zalm, vers fruit en een espresso zitten we alweer vroeg in de auto. Binnen no time tikken we alweer de 37 graden, man, als we zo straks de tent op moeten zetten! Maar de weergoden zijn ons gunstig gezind; als we de tent opzetten met uitzicht op het meer, trekken donkere wolken het dal in en steekt er een pittige wind op; het koelt af en snel zetten we de tent op voordat de hemelsluizen open gaan en het met bakken naar beneden komt. Alles staat, het is een aangename 25 graden en wij zitten aan een schnitzel in het restaurant.

Großglockner
Met een zonnige dag voor de boeg, besluiten we vandaag al naar de Großglockner te gaan; want met bewolking zullen we er anders weinig van zien. We slingeren over een bergweg omhoog het Alpengebied in en na wat stops bij mooie uitzichtpunten komen we rond het middaguur aan bij de parkeerplaats met uitzicht op 3798 meter hoge bergtop. Mooi, maar minder indrukwekkend dan de Matterhorn vorig jaar in Zwitserland, je kan niet alles hebben. 😉





Op zoek naar gieren
We (ik dus) ben helemaal vergeten broodjes te bestellen.. ik ben toch al om 6 uur wakker en besluit even naar de bakker te fietsen; dan kan Elmar nog lekker even verder ronken. Het is maar een stukje van 3km, en heerlijk stil door het dal; ik zet een muziekje op en omdat er toch niemand is, kan ik keihard meezingen 😉
Als ik terug kom met allerlei lekkers, heeft Elmar de koffie al klaar en zijn de eitjes gekookt. Vandaag willen we gieren spotten in het dal van Rauris. We parkeren de auto en kunnen meteen aan de bak! Ik ben blij met mijn wandelstokken, want het gaat steil omhoog. We turen de rotswanden af, maar zien niets… we lopen verder en hoger. Als we een stop inlassen om water te drinken, zien we ze ineens zweven! Heel, heel, heel erg ver boven ons; zelfs met de telelens zijn het ienimini-vogels. Een vogelaar staat ook te turen en hij bevestigt het: gieren en steenarenden; we geloven het graag. We wandelen nog verder door het dal tot de volgende bocht. Ok, nog een bocht dan… goed, nog een, dat is echt de laatste! Na zo’n 4,5 km klimmen met 400 hoogtemeters geven we de zoektocht op en keren we om en zetten de afdaling in…. 4,5km terug.






St. Johann im Pongau
Vandaag is het fietsdag! Nog even de bidons vullen en dan stappen we op de fiets; eerst langs het meer en dan dwars door het dorp richting de rivier de Salzach. We slaan af naar het oosten en volgen een kruip door en sluip door route om de doorgaande weg heen. Uiteindelijk is er geen ontsnappen meer aan en fietsen we langs een drukke weg, wat wel een beetje jammer is. Gelukkig slaan we dan toch af en voert de route ons weg van het verkeer. De route is op dit stuk niet vies van klimmetjes en dat trek ik natuurlijk nog niet; als het 14% aantikt, moet Elmar m’n fiets omhoog brengen en waggel ik er achteraan. Het is toch weer bijna 30 graden en we zijn dan ook wel blij met de tegenwind die voor een beetje verkoeling zoekt. Wat er ook aan zit te komen is regen, want de zon is al een tijdje weg en donkere wolken kondigen niet veel goeds aan. Na 46 kilometer en 320 hoogtemeters (voor mij een goede score!) fietsen we St. Johann im Pongau binnen. Ooit, heel lang geleden, toen ik nog een klein meisje met vlechtjes was, ben ik hier met mijn zus en ouders geweest. Ik herken er weinig van en om even rond te kijken, hebben we ook geen tijd voor, want het komt al met bakken uit de hemel. We nemen de trein terug naar Zell am Zee en fietsen de laatste 3,5km in de zeikregen terug naar de camping, waar we een heerlijke warme douche nemen.



Kaprun
Afgelopen nacht was het heerlijk koel en de regen tikte zo lekker tegen de tent; dat geeft je zo’n echt campinggevoel. 😉
In de ochtend rijden we naar Kaprun, waar we een wandeling maken door de Sigmund Thun Klamm; een kloof met een boel watervallen, waar je over houten vlonders en trappen omhoog kruipt. Uiteindelijk komen we uit bij de Klammsee en maken we nog een extra rondje rondom het turquoise meer.
Eenmaal terug bij de auto rijden we verder naar het einde van het dal. Want vanaf hier willen we de Mooserboden Stausee bezoeken; We kopen tickets en kunnen meteen instappen in de bus; deze brengt ons via een lange en smalle tunnel naar een open kabelbaan, die echt supersteil omhoog gaat. Eenmaal boven staat de volgende bus al klaar. Ook hier gaan we weer door tunnels en via haarspeldbochten nog verder omhoog en eindigen bij het restaurant aan het prachtig gelegen stuwmeer. Mooi op tijd voor de lunch!



We wandelen nog even over de dam en besluiten dan om niet de bus naar beneden te nemen, maar het stuk van de laatste bus terug te lopen. Een mooie wandeling met prachtige uitzichten; dat laten we ons niet ontnemen en aan het eind wacht ons bij een alm een lekkere ijskoffie met kaiserschmarren. 😉



Mittersil
De vakantie mag dan maar een weekje duren, we plannen ‘m vol met leuke ‘uitjes’. Na de wandelingen van gisteren, gaat er vandaag weer gefietst worden. Gingen we vorige keer naar het oosten, deze keer slaan we af naar het westen. Na een rustig ontbijtje, pikken we de Tauernradweg fietsroute weer op en fietsen we eerst richting Kaprun. Er waait een flinke wind door het dal – tegen uiteraard – en dat is wat pittig voor mij. Dus doen we het rustig aan en lunchen ergens onderweg en stoppen regelmatig. De vogels zijn ons excuus; want het stikt hier van de Wouwen. De route gaat heuvel op, heuvel af, dan weer een dorpje, maar vooral landelijk en veel natuur. Na 41km stoppen we in Mittershill en nemen een boemeltje terug naar Zell am See.



Stubach
Onze laatste dag alweer; de tijd vliegt! Gisteravond hebben we de kaart – ja ik ben nog van de kaarten – erbij gepakt en besloten om naar de Weiss See te gaan met een kabelbaan om daar te wandelen. Eerst moeten we een stukje met de auto en via een hoop haarspeldbochten komen we bij de kabelbaan aan, die ons naar een hoogte van 2300 meter brengt. En het is behoorlijk fris hier! Ook hier is het natuurlijk weer genieten van de witte toppen en het meer. Wat zullen we dat straks weer missen in Nederland!
Alvorens we aan de wandeling gaan beginnen, gaan we eerst nog een Kaiserschmarren scoren in het restaurant. De energie hebben we wel nodig voor de pittige wandeling die ik heb bedacht. We klimmen eerst nog een heuvel op om de Tauernmoossee te kunnen zien en dan zetten we de afdaling in naar het middelstation van de kabelbaan. Het is geen makkelijke afdaling: smal, rotsachtig en soms nog sneeuw ook! Maar de omgeving is weer om van te genieten. Na een paar uur wandelen, is het wel goed zo en sluiten we dit bezoek af met een laatste stukje kabelbaan.
Oostenrijk was leuk; misschien iets minder spectaculair dan Zwitserland, maar erg naar ons zin gehad. We komen terug; maar dan om weer eens echt te fietsen; fingers crossed!











Geef een reactie